Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 28 juni 2022 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in bij de minister van Asiel en Migratie. Na het niet tijdig beslissen op deze aanvraag stelde eiser de minister op 7 maart 2024 in gebreke en diende op 27 maart 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelde vast dat Nederland sinds 28 april 2023 verantwoordelijk is voor de aanvraag, nadat Italië akkoord ging met een overnameverzoek. De beslistermijn vangt daarom aan op 28 april 2023 en bedraagt zes maanden, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote instroom van vreemdelingen.
Met de inwerkingtreding van het WBV 2023/3 is de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengd. De rechtbank bevestigde dat deze verlenging rechtsgeldig is en oordeelde dat de ingebrekestelling van 7 maart 2024 prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken.
Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en is het niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.