ECLI:NL:RBDHA:2024:14602
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wegens tijdelijk verblijfsrecht
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiseres behandeld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet minimaal vijf jaar onafgebroken in Nederland verbleef op basis van een geldige verblijfsvergunning regulier voor een niet-tijdelijk verblijfsdoel. Eiseres beschikte over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking 'zoekjaar hoogopgeleiden', wat een tijdelijk verblijfsrecht betreft.
Eiseres betwistte deze afwijzingsgrond niet gemotiveerd en stelde dat de minister ten onrechte geen belangenafweging maakte op grond van artikel 8 EVRM Pro over haar duurzame exclusieve relatie. De rechtbank oordeelde dat eiseres deze relatie niet had aangetoond en dat daarom een belangenafweging niet aan de orde was. Tevens werd bevestigd dat het opgelegde terugkeerbesluit en de SIS-signalering terecht zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht af en kende geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier A.P. Kuiters op 13 september 2024 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wordt ongegrond verklaard.