Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5], V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] en
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een eenoudergezin met vijf minderjarige kinderen, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. Eiseres stelde dat zij en haar kinderen in Bulgarije als kwetsbaar eenoudergezin worden aangemerkt en dat er een reëel risico bestaat op schending van mensenrechten bij overdracht, mede vanwege detentieomstandigheden.
De rechtbank overwoog dat de minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiseres moest aannemelijk maken dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een hoog niveau van zwaarwegendheid bereiken. De rechtbank vond de aangevoerde notitie van VluchtelingenWerk Nederland en de aanvullende informatie onvoldoende om dit te onderbouwen.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag toch in behandeling te nemen vanwege bijzondere omstandigheden werd verworpen, omdat geen individuele uitzonderlijke omstandigheden waren aangetoond. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld, waardoor overdracht aan Bulgarije mogelijk blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de overdracht aan Bulgarije blijft in stand.