Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
[naam],
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers dienden op 8 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelden de minister op 31 mei 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag en dienden op 19 juni 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting omdat partijen geen zitting wensten. De wettelijke beslistermijn van zes maanden, zoals bepaald in artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, liep in deze zaak af op 8 mei 2024. De minister had deze termijn echter rechtsgeldig met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een grote instroom van asielaanvragen.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn geldig is en dat de termijn voor het nemen van een besluit op de asielaanvraag van eisers eindigt op 8 februari 2025. De ingebrekestelling van 31 mei 2024 was daarmee prematuur. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 13 september 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege prematuur ingediende ingebrekestelling.