Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 3 december 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een besluit stelde eiser de minister op 4 juni 2024 in gebreke en stelde vervolgens op 21 juni 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De minister heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk afgedaan zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. Volgens artikel 6:2 Awb Pro wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit. Artikel 6:12 Awb Pro vereist dat een beroepschrift tegen niet tijdig beslissen pas kan worden ingediend nadat een ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken.
De beslistermijn van zes maanden op grond van artikel 42 Vreemdelingenwet Pro 2000 zou voor eiser op 3 juni 2024 aflopen. Echter, met inwerkingtreding van het WBV 2023/3 is deze termijn met negen maanden verlengd vanwege een grote instroom van asielaanvragen. De rechtbank bevestigt de rechtsgeldigheid van deze verlenging en stelt dat de beslistermijn voor eiser eindigt op 3 maart 2025. De ingebrekestelling van 4 juni 2024 was daardoor prematuur en het beroep voldoet niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.