ECLI:NL:RBDHA:2024:14622
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een soortgelijke zaak en concludeerde dat vanwege de reeds geplande uitspraak in de hoofdzaak een voorlopige voorziening niet meer nodig was. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier S.J. Valk op 16 augustus 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en Bulgarije verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.