ECLI:NL:RBDHA:2024:14623
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft bij de minister bezwaar gemaakt tegen een ambtshalve beoordeling waarbij toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde de minister dit bezwaar gegrond en verleende uitstel van vertrek, waarop verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening introk met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld zonder zitting en overwogen dat hoewel de minister aan het verzoek is tegemoetgekomen, er geen sprake is van een aan de minister toe te rekenen onrechtmatigheid. Tevens is vastgesteld dat verzoeker de benodigde bewijsmiddelen pas na het indienen van het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening heeft overgelegd.
Gezien deze omstandigheden is het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Tevens werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen, waardoor verzoeker geen griffierecht hoefde te betalen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, ondanks het intrekken van het verzoek om voorlopige voorziening.