Eiser diende op 7 september 2021 een asielaanvraag in met het beroep dat hij vanwege bedreigingen door rivaliserende cultgroepen en een beschuldiging van moord in Nigeria moest vluchten. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bedreigingen en beschuldigingen.
De rechtbank oordeelt dat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn vermeende betrokkenheid bij cultgroepen en onvoldoende kon onderbouwen hoe leden van de Eiye-groep hem met de rivaliserende Aiye-groep verbinden. Ook het overgelegde krantenartikel en politierapport werden als dubieus beoordeeld. Een nieuwe verklaring over de ontvoering en moord op zijn dochter werd niet onderbouwd en leidde niet tot een ander oordeel.
Eiser kreeg geen voordeel van de twijfel omdat zijn asielrelaas niet als geheel geloofwaardig was. De rechtbank concludeert dat eiser geen aannemelijk risico op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria heeft en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.