ECLI:NL:RBDHA:2024:14645
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2024 behandeld en beoordeeld.
Eiser stelde dat er bijzondere, individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken, onder meer vanwege zijn familiebanden in Nederland en zijn eindbestemming. De rechtbank oordeelde echter dat eiser deze bijzondere omstandigheden niet aannemelijk heeft gemaakt. De familiebanden zijn onvoldoende zwaarwegend en de Dublinverordening is niet bedoeld als route voor gezinshereniging op reguliere gronden.
De rechtbank concludeerde dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht is en dat de overdracht aan Duitsland kan plaatsvinden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Duitsland.