Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een vergelijkbare zaak op 13 augustus 2024. Omdat de bodemzaak inmiddels is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.
Verder veroordeelde de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier S.J. Valk op 16 augustus 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.