Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 september 2024 in de zaken tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer 1], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.D. Steenbeek, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Nederland terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat stelt dat lidstaten mogen vertrouwen op de correcte behandeling van asielzoekers door andere lidstaten. Eisers konden niet aannemelijk maken dat er sprake is van een aan het systeem gerelateerde tekortkoming in Frankrijk die dit vertrouwen zou ondermijnen.
Ook het beroep op bijzondere kwetsbaarheid op grond van medische klachten en leeftijd, in het licht van het Tarakhel-arrest, slaagt niet. De minister heeft terecht geoordeeld dat de klachten niet ernstig genoeg zijn om aanvullende garanties te vragen.
Ten slotte wijst de rechtbank het beroep af dat Nederland de behandeling onverplicht aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. De omstandigheden van eisers kwalificeren niet als bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken.
De beroepen worden ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.