Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
€ 12.924,84. Verweerder heeft de Bbz-uitkering van eiser bij primair besluit herzien en teruggevorderd tot een bedrag van € 2.041,34 op de grond dat eiser te veel bijstand heeft ontvangen. Verweerder heeft de terugvordering gebaseerd op artikel 12, tweede lid onder c van het Bbz. Volgens verweerder had eiser recht op bijstand op grond van het Bbz tot een bedrag van € 3.335,85. Dat bedrag heeft verweerder omgezet in een gift. Verweerder heeft de terugvordering gehandhaafd bij het bestreden besluit.
Beoordeling door de rechtbank
1 februari 2021. Zo blijft vanaf de aanvraag om een Tozo-uitkering van 23 december 2020 tot aan 1 februari 2021 een beperkte periode over waarin eiser geen bijstand heeft ontvangen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.Y. Al-Qaq, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2024.
te ondertekenen