Eisers, wonend in Turkije, vroegen een visum voor kort verblijf om hun dochter in Nederland te bezoeken. De minister wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank oordeelt dat de minister onterecht heeft afgezien van een hoorzitting, waardoor eisers niet de kans kregen onduidelijkheden over hun sociale en economische binding met Turkije toe te lichten.
De minister twijfelde aan de tijdige terugkeer van eisers naar Turkije vanwege vermeende geringe sociale en economische binding. De rechtbank stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze twijfel gerechtvaardigd is, mede gezien de sterke familiebanden, het bezit van een boerderij en het ontvangen van staatssubsidies.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen na een hoorzitting. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.