Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
Rechts van hem staat een persoon gekleed in een donderkleurige broek met een licht kleurige streep, waarschijnlijk draagt hij een trainingsbroek. Onder een soort lange bodywarmer draagt hij een trainingsjack, donkerkleurig, met een vergelijkbare lichtkleurige streep. Ik noem deze man in dit proces-verbaal man 2.
Links van man 1 staat een persoon die een snelle beweging lijkt te maken richting man 1. Deze man is geheel in het donker gekleed en draagt een donkerkleurige pet. Ik noem hem in dit proces-verbaal man 3.
Ik zie dat man 1 op voeten, knieën en handen steunend op de grond.
Man 1 probeert te gaan staan. Ik zie dat man 2 loopt richting man 1. Ik zie dat man 2 met zijn rechterbeen een zwaai maakt richting man 1 en hem hierbij in zijn gezicht schopt. Man 1 valt hierdoor weer op de grond op zijn rug.
Ik zie dat man 2 dichter bij man 1 gaat staan die op de grond ligt Man 2 geeft met zijn rechterhand een stoot richting het gezicht van man 1Hierna geeft man 2 een schop met zijn rechtervoet tegen de rug van man 1.
Ik zie dat man 2 met zijn rechterbeen man 1 een schop geeft richting zijn gezicht. Ik hoor hard gekreun van pijn als man 1 wordt geraakt.
Man 2 geeft man 1 opnieuw een schop richting zijn gezicht en/of rug.
De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het medeplegen van het steken van [naam 2] met een mes. Uit het dossier volgt dat [medeverdachte] degene is geweest die [naam 2] met een mes heeft gestoken. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte ervan op de hoogte was dat [medeverdachte] een mes had meegenomen en dat hij heeft gezien dat [medeverdachte] dit mes gebruikte tegen [naam 2] . Hierdoor is voor wat betreft het steken met het mes niet komen vast te staan dat tussen de verdachte en [medeverdachte] sprake is geweest van een voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
5.De strafoplegging
6.De vorderingen van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregel
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
30 (dertig) MAANDEN;
6 (zes) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;