Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. S.L. Sarin),
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg op 11 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Migratie en Asiel op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gericht op het verkrijgen van noodzakelijke gegevens voor de beoordeling van zijn asielaanvraag. Eiser stelde dat een lichter middel volstond, omdat hij bij een vriend kon verblijven en zich aan een meldplicht zou houden.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden die de minister aanvoerde, waaronder het risico op onttrekking en het ontbreken van inschrijving in de BRP, feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Eiser had niet aangetoond dat hij op het adres van zijn vriend verbleef en was eerder tijdens een asielprocedure in 2021 met onbekende bestemming vertrokken. Daarom was de bewaring noodzakelijk en kon niet worden volstaan met een lichter middel.
Ambtshalve toetsing door de rechtbank wees uit dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.