ECLI:NL:RBDHA:2024:1486
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Denemarken
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende een asielverzoek in Nederland in nadat zij eerder in Duitsland asiel had aangevraagd. De Nederlandse staatssecretaris nam haar aanvraag niet in behandeling, omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek volgens de Dublinverordening. Duitsland had de overdrachtstermijn verlengd vanwege het vertrek van eiseres met onbekende bestemming, wat Denemarken accepteerde.
Eiseres betwistte de verlenging van de overdrachtstermijn en stelde dat zij niet met onbekende bestemming was vertrokken, mede omdat zij een tijdelijke verblijfsvergunning ('duldung') in Duitsland had ontvangen. Zij voerde ook aan dat zij niet veilig is in Denemarken vanwege huiselijk geweld, slechte opvangfaciliteiten en het risico op schending van mensenrechten bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse overheid mocht vertrouwen op het claimakkoord tussen Duitsland en Denemarken en dat de duldung geen bewijs is dat de overdrachtstermijn was verstreken. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland mag aannemen dat Denemarken haar verplichtingen nakomt. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij bij overdracht aan Denemarken een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Ook de vordering op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening werd afgewezen. De rechtbank wees erop dat volgens recente jurisprudentie van het Hof van Justitie de rechter niet mag toetsen op indirect refoulement zonder aanwijzingen voor systeemfouten in de asielprocedure van de aangezochte lidstaat. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.