ECLI:NL:RBDHA:2024:14876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde het besluit op de Dublinverordening, waarbij Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan Oostenrijk heeft gedaan, dat is aanvaard.
Eiser stelde dat Oostenrijk niet betrouwbaar is vanwege het intrekken van opvang, wat in strijd zou zijn met de opvangrichtlijn en het Handvest van de grondrechten van de EU. De rechtbank oordeelt echter dat lidstaten opvang mogen beperken of intrekken onder bepaalde voorwaarden en dat het verblijf bij vrienden niet automatisch onrechtmatig is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij voorzieningen zijn ontzegd of dat klagen bij Oostenrijk onmogelijk was.
De rechtbank concludeert dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken en dat er geen individuele omstandigheden zijn die de minister verplichten de aanvraag toch in behandeling te nemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.