ECLI:NL:RBDHA:2024:14889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep opschorting en intrekking bijstandsrecht ongegrond verklaard
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 29 mei 2024, waarin de rechtbank zijn beroep tegen de opschorting van zijn recht op bijstand niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep richtte zich op de opschorting van bijstand per 27 juni 2023 en de daaropvolgende intrekking van het recht op bijstand door het college van burgemeester en wethouders van Katwijk.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep tegen de opschorting feitelijk geen belang meer heeft, nu het recht op bijstand is ingetrokken met terugwerkende kracht tot de opschortingsdatum. Het verzet betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden omdat het intrekkingsbesluit nog niet onherroepelijk was vanwege een cassatieberoep bij de Hoge Raad.
De rechtbank oordeelt dat het cassatieberoep niet schorst en dat het beroep in cassatie zich beperkt tot specifieke wettelijke bepalingen die in deze zaak niet aan de orde zijn. Daarom blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de opschorting terecht. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de opschorting van het bijstandsrecht wordt ongegrond verklaard.