ECLI:NL:RBDHA:2024:1492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering
Eiser werkte als sportbegeleider en meldde zich ziek op 23 maart 2020. Verweerder kende hem een loongerelateerde WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 60,53%. Eiser stelde dat dit percentage te laag was vanwege ernstige psychische klachten die zijn functioneren beperken. Hij voerde aan niet behandeld te worden vanwege kosten en kon daardoor geen aanvullende medische stukken overleggen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit gebaseerd was op zorgvuldige rapporten van verzekeringsartsen, die de psychische klachten en beperkingen van eiser uitgebreid en overtuigend hadden beoordeeld. Er waren geen aanwijzingen dat de ernst van de klachten was onderschat of dat de rapporten onzorgvuldig waren opgesteld.
Hoewel eiser stelde dat hij geen medische stukken kon aanleveren vanwege kosten, achtte de rechtbank dit onvoldoende omdat ook geen andere medische gegevens, zoals van huisartsbezoeken, waren ingebracht. De rechtbank concludeerde dat de objectieve medische onderbouwing ontbrak voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit over zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende medische onderbouwing voor een hogere arbeidsongeschiktheid.