De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met een licht verstandelijke beperking, die sinds februari 2024 verblijft in een behandelgroep van Pluryn. De aanleiding voor de uithuisplaatsing was het veiligheidsrisico door omgang met de drillrapscene en het ontbreken van voldoende grip en structuur thuis.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij ook de moeder en een tolk aanwezig waren, is gebleken dat de situatie thuis rustiger is geworden, maar dat de minderjarige nog steeds behoefte heeft aan duidelijke structuur en een veilige omgeving. De diagnostiek wordt afgerond om te bepalen welke hulp en woonomgeving passend zijn.
De kinderrechter acht verlenging van de machtiging noodzakelijk tot de duur van de ondertoezichtstelling, tot 13 maart 2025, en wijst terugkeer naar huis voorlopig af. De moeder staat open voor hulpverlening en veiligheid staat voorop. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.