ECLI:NL:RBDHA:2024:14932
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit wegens medische reisbeperkingen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 27 augustus 2024, waarin werd bepaald dat hij geen uitstel van vertrek krijgt op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor moet verzoeker onmiddellijk Nederland verlaten en terugkeren naar Spanje. Verzoeker betoogt dat hij om medische redenen niet kan reizen en heeft daarom een voorlopige voorziening gevraagd om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten totdat op zijn bezwaar is beslist.
De minister heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen. Daarom wordt de opschorting van de uitzetting toegewezen, zodat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat het bezwaar is afgehandeld.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 875,-, aangezien verzoeker is vrijgesteld van griffierecht. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist.