Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt geopposeerde tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan opposant.
Rechtbank Den Haag
Opposant diende op 27 februari 2024 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 februari 2022. De rechtbank verklaarde dit beroep op 4 juni 2024 kennelijk niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te vroeg was ingediend, gelet op de ingebrekestelling van 11 februari 2024.
Tegen deze uitspraak stelde opposant op 16 juli 2024 verzet in. Tijdens de zitting op 12 september 2024 betoogde opposant dat de ingebrekestelling op 11 februari 2024 per fax was verzonden en op diezelfde dag door geopposeerde was ontvangen, hetgeen blijkt uit een verzendbevestiging. Hierdoor was het beroep tijdig ingediend, omdat de termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling op 25 februari 2024 eindigde en het beroepschrift op 27 februari 2024 werd ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere buiten-zittinguitspraak ten onrechte het beroep als kennelijk niet-ontvankelijk had bestempeld. Het verzet werd daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek wordt hervat. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan opposant.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 437,50.