Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 25 mei 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister liet op 5 september 2023 weten dat eiser was toegelaten tot de nationale procedure. Op 19 juni 2024 stelde eiser de minister in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Vervolgens stelde eiser op 5 juli 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank besloot de zaak zonder zitting te behandelen omdat partijen geen zitting wensten. De kern van het geschil betrof de vraag of het beroep ontvankelijk was. Volgens artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van maximaal negen maanden bij een grote toestroom van aanvragen.
De minister had de beslistermijn rechtsgeldig verlengd met negen maanden op grond van het WBV 2023/3. De rechtbank volgde een eerdere uitspraak waarin deze verlenging was bevestigd. Hierdoor was de ingebrekestelling van 19 juni 2024 prematuur en voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.