Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 21 november 2023 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, met instemming van partijen.
De rechtbank heeft het verzoek van eiseres om vrijstelling van griffierecht toegewezen. De minister heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en meer dan twee weken zijn verstreken sinds die ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is. Op basis van het fifo-principe moet de minister de aanvraag in april 2025 in behandeling nemen en uiterlijk op 30 juni 2025 een besluit nemen. Voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 437,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt de minister op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.