ECLI:NL:RBDHA:2024:14973
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Duitsland volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 20 augustus 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen.
De rechtbank heeft geoordeeld dat, nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is en heeft het verzoek daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en een voorlopige voorziening niet langer nodig is.