Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[minderjarige], V-nummer: [V-nummer]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die de minister op 6 augustus 2024 niet in behandeling heeft genomen, omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 20 augustus 2024 tijdens een zitting in Utrecht, waarbij verzoekers en de minister vertegenwoordigd waren. De rechtbank heeft gelijktijdig in gerelateerde zaken uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 26 augustus 2024 in het openbaar gedaan en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de Dublin-verwijzing wordt afgewezen.