Eisers uit El Salvador vroegen asiel aan vanwege afpersing en bedreiging door een criminele bende. De minister wees de aanvragen af omdat de situatie in El Salvador volgens hem verbeterd was en het risico op ernstige schade onvoldoende aannemelijk was gemaakt.
Eisers boden aanvullende getuigenverklaringen en een notariële verklaring aan ter onderbouwing van hun vrees. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom deze verklaringen geen betekenis hadden bij de beoordeling van het reële risico.
De rechtbank stelde vast dat het aannemelijk is dat het bendegeweld is afgenomen, maar dat beperkte bendeactiviteiten blijven bestaan. De verklaringen van eisers en hun familie zijn relevant en kunnen niet zonder meer worden genegeerd.
Daarom vernietigde de rechtbank de bestreden besluiten en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.