ECLI:NL:RBDHA:2024:15032

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
NL24.4764
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag en proceskostenveroordeling

Eiser stelde op 8 februari 2024 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 oktober 2022. Vervolgens heeft de minister op 17 april 2024 de asielaanvraag ingewilligd, waardoor het beroep op dat punt zijn belang verloor. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is.

Desondanks erkent de rechtbank dat eiser terecht beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig beslissen en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een lichtwegingsfactor omdat het beroep enkel betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op 16 september 2024 door rechter A.C.J. van Dooijeweert. Eiser kan binnen zes weken een verzetschrift indienen indien hij het niet eens is met de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 437,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.4764

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers)
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 8 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 oktober 2022.
Bij besluit van 17 april 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
Desgevraagd heeft eiser meegedeeld het beroep te handhaven voor zover verweerder niet uit eigen beweging aanbiedt om de proceskosten van eiser te vergoeden.
Verweerder heeft hier niet op gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
2. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.