ECLI:NL:RBDHA:2024:15047
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling asielaanvraag vanwege reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Irak
Eiseres, een Iraakse vrouw, diende in maart 2022 een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eerder was een eerdere aanvraag eveneens afgewezen en in rechte bevestigd. Eiseres vreesde eerwraak en mishandeling door haar familie vanwege haar relatie met een overleden partner en een dreigend gedwongen huwelijk.
De rechtbank beoordeelde de nieuwe documenten die eiseres overlegde, waaronder een identiteitskaart, een verstotingsverklaring en een kopie van een overlijdensakte. Hoewel niet alle verklaringen rondom haar relatie en uithuwelijking geloofwaardig werden bevonden, oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had onderzocht of eiseres als alleenstaande vrouw een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling bij terugkeer, zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro en de Vreemdelingencirculaire.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep zelf al gegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde toetsing binnen zes weken.