ECLI:NL:RBDHA:2024:15053
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor het kappen van een zomereik wegens belangenafweging
Eiser vroeg op 12 oktober 2021 een omgevingsvergunning aan voor het kappen van een zomereik op zijn perceel vanwege verzakkingsrisico's veroorzaakt door de boom die de grondwaterstand verlaagt. De gemeente Den Haag weigerde de vergunning op 25 januari 2022 en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond in juli 2022. Eiser stelde dat de boom schade veroorzaakt aan de fundering van zijn woning en dat de gemeente onvoldoende maatregelen neemt.
De rechtbank oordeelde dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing is, en dat de vergunning kan worden geweigerd op grond van belangen zoals natuur- en milieuwaarden volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag. De gemeente heeft een belangenafweging gemaakt waarin de waarde van de boom en de zichtbaarheid ervan in de wijk zwaar wegen.
De rechtbank nam kennis van de maatregelen die de gemeente in maart 2024 had getroffen, waaronder infiltratiebuizen om het grondwaterpeil rondom de boom op peil te houden en lekkages te stoppen. Deze maatregelen worden regelmatig gecontroleerd. De rechtbank vond dat deze maatregelen voldoende zijn om verdere verzakkingen te voorkomen en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de maatregelen niet effectief zijn.
Daarom weegt het belang van het behoud van de boom zwaarder dan het belang van eiser bij het kappen ervan. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor het kappen van de boom wordt ongegrond verklaard.