Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 21 juni 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden en dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarom gegrond verklaard.
De rechtbank heeft rekening gehouden met het fifo-principe zoals vastgesteld in een eerdere uitspraak en heeft de minister opgedragen om uiterlijk 30 januari 2025 alsnog een besluit te nemen. Tevens is een bestuurlijke dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd.
De reeds verbeurde dwangsom is vastgesteld op €1.442 en de minister is veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit.