ECLI:NL:RBDHA:2024:15075

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
NL24.32967
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013Art. 17 Verordening (EU) nr. 604/2013
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden tegen Dublin-besluit Frankrijk

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 augustus 2024 waarin de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van eiser niet in behandeling nam, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.

De rechtbank behandelde het beroep op 18 september 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde zonder voorafgaand bericht niet verschenen. Eiser had bovendien geen gronden van beroep ingediend ondanks een herstelverzuimbrief waarin hij werd verzocht deze binnen vijf dagen aan te leveren.

Op grond van artikel 6:5 Awb Pro moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ontbreken hiervan leidt, na een herstelmogelijkheid, tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en liet het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden, waardoor het Dublin-besluit ongewijzigd blijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.32967
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, zonder voorafgaand bericht, niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb [2] in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: aangeven op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank – na een herstelmogelijkheid – het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
2. Eiser heeft in zijn beroepschrift aangevoerd dat hij van mening is dat het op de weg van verweerder ligt om zijn asielaanvraag onverplicht inhoudelijk in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. [3] Voor deze stelling is verder geen onderbouwing of nadere toelichting gegeven.
3. Op 22 augustus 2024 heeft de rechtbank eiser een herstel-verzuimbrief verstuurd met het verzoek de gronden van het beroep binnen vijf dagen in te dienen. Hier heeft eiser niet op gereageerd. Eiser heeft tot aan het moment van het sluiten van het onderzoek geen gronden van beroep ingediend. Gesteld noch gebleken is dat in het geval van eiser sprake is van verschoonbare redenen voor de termijnoverschrijding.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2024 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt doormiddel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Verordening (EU) nr. 604/2013.