Eiser, die stelt staatloos Rohingya te zijn en een herhaalde asielaanvraag heeft ingediend, voert aan dat zijn Pakistaanse paspoort op frauduleuze wijze is verkregen en hij niet de Pakistaanse nationaliteit bezit. Verweerder heeft het paspoort als origineel erkend en aannemelijk gemaakt dat eiser de Pakistaanse nationaliteit heeft.
Eiser heeft ter onderbouwing van zijn stelling documenten overgelegd die volgens hem aantonen dat het paspoort vals is, waaronder politierapporten uit Pakistan. Verweerder twijfelt aan de echtheid en relevantie van deze documenten vanwege amateuristische opmaak, spelfouten en onduidelijkheden. Ook heeft eiser onvoldoende inspanningen geleverd om via officiële kanalen bevestiging te krijgen van de Pakistaanse autoriteiten over zijn nationaliteit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen waarde hecht aan de overgelegde documenten en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet de Pakistaanse nationaliteit bezit. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade in Pakistan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.