Eiser heeft samen met zijn partner uit Oeganda asiel aangevraagd in Nederland. De minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat België verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Eiser stelt dat hij en zijn partner een duurzame relatie hebben die al bestond vóór hun komst naar Nederland, en dat de minister dit onvoldoende heeft onderzocht.
De rechtbank oordeelt dat de minister het besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. Er zijn nauwelijks vragen gesteld over de relatie en er is geen onderzoek gedaan naar de duurzaamheid ervan, terwijl dit relevant is voor de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. De omstandigheden die de minister aanvoert, zoals het ontbreken van huwelijk en gezamenlijke zorg voor kinderen, zijn onvoldoende om de relatie als niet duurzaam te bestempelen.
De rechtbank vernietigt het besluit van 26 juli 2024 en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 1.750,- toegekend.