ECLI:NL:RBDHA:2024:15088
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 17 september 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat hij in Oostenrijk vanwege zijn geaardheid gediscrimineerd is en onvoldoende bescherming krijgt, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kan gelden. Hij vreesde een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Oostenrijk. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Oostenrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, mede omdat hij slechts kort in Oostenrijk verbleef en geen klachten heeft ingediend.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen en dat het beroep ongegrond is. De asielaanvraag blijft derhalve niet in behandeling genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.