Eiser, met de Algerijnse nationaliteit bevestigd door de Algerijnse autoriteiten, is in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerproces naar Algerije een relatief lange duur kent, vooral tussen nationaliteitsbevestiging en feitelijk vertrek. Verweerder heeft echter voldoende en voortvarend gehandeld, ondanks externe factoren zoals beperkte vluchten en escortplicht, die niet aan verweerder zijn toe te rekenen.
Eiser werkte niet mee aan zijn vertrek, onder meer door kort voor geplande uitzetting een asielaanvraag in te dienen, waardoor het vertrek niet kon plaatsvinden. Er was geen reden om een lichter middel toe te passen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was gedurende de relevante periode en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.