Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op een MVV-aanvraag nareis. Eiser had eerder een uitspraak gekregen waarin een termijn van vier weken was gesteld voor besluitvorming, tenzij nader onderzoek in de vorm van een gehoor nodig was, dan geldt een termijn van zestien weken. De minister heeft niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister in gebreke is gebleven. De rechtbank legt een termijn van twee weken op waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 200,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Het verzoek van eiser om reeds verbeurde dwangsommen opnieuw vast te stellen wordt afgewezen.
Daarnaast wordt eiser vrijstelling van griffierecht verleend en krijgt hij een proceskostenvergoeding van € 437,50 toegekend wegens het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier L.M. Kalkman op 3 september 2024.