Eiseres, van Iraanse nationaliteit, diende op 4 juni 2024 een asielaanvraag in. De minister verklaarde deze aanvraag op 20 augustus 2024 niet-ontvankelijk omdat eiseres reeds internationale bescherming geniet in Duitsland en bepaalde dat zij onmiddellijk naar dat land moet terugkeren.
Eiseres stelde dat zij psychische problemen heeft die terugkeer onmogelijk maken en dat de minister daarom nader onderzoek naar haar psychische gesteldheid had moeten doen. De minister stelde dat er geen aanwijzingen waren voor psychische ongeschiktheid om gehoord te worden en dat in de procedure geen standaard medisch onderzoek plaatsvindt.
De rechtbank oordeelde dat eiseres tijdens het gehoor in staat was om haar verhaal te doen, dat haar verklaringen niet zodanig verward waren dat medisch onderzoek noodzakelijk was, en dat de minister zijn zorgplicht niet had geschonden. De aanvraag werd terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.