ECLI:NL:RBDHA:2024:1518
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 6 december 2023. Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, waarin wordt aangegeven op welke punten men het niet eens is met het bestreden besluit. Eiser heeft echter geen gronden vermeld.
De rechtbank heeft eiser bij brief van 2 januari 2024 een herstelmogelijkheid geboden om alsnog de gronden in te dienen. Eiser heeft binnen deze termijn geen gronden aangeleverd. De gemachtigde gaf aan dat er geen contact meer is met eiser, wat geen geldige reden is voor het verzuim.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier B.A. van der Wiel en openbaar gemaakt op 12 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden ondanks herstelverzoek.