ECLI:NL:RBDHA:2024:15192

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
NL24.31866
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens vertrek verzoeker

Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Denemarken verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van zijn aanvraag. Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 september 2024, maar partijen verschenen niet op de zitting. De gemachtigde van verzoeker verklaarde schriftelijk dat hij geen contact meer had met verzoeker en dat verzoeker met onbekende bestemming was vertrokken. Hierdoor werd aangenomen dat verzoeker geen prijs meer stelde op een beoordeling van zijn verzoek en geen procesbelang meer had.

Gelet op het ontbreken van procesbelang verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31866

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Iraanse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de minister van Asiel en Migratie,(voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid), de minister.

Procesverloop

1. Bij besluit van 12 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 september 2024 op zitting behandeld. Partijen zijn met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.31865, heeft de rechtbank het aan het onderhavige verzoek connexe beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat kan worden aangenomen dat verzoeker geen prijs meer stelt op een beoordeling van de door hem aanvankelijk gezochte bescherming. De gemachtigde van verzoeker heeft schriftelijk verklaard geen contact meer met verzoeker te hebben en dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken. Gelet hierop heeft verzoeker evenmin belang bij de beoordeling van het onderhavige verzoek.
3. Het verzoek is dus niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.