ECLI:NL:RBDHA:2024:15196
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening asiel wegens vertrek verzoeker
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Polen verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling (Dublin-verordening).
Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 september 2024, waarbij partijen niet verschenen en de gemachtigde van verzoeker geen contact meer had met hem.
De rechtbank had eerder in een aanverwante zaak het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het vertrek van verzoeker met onbekende bestemming, waardoor hij geen belang meer had bij de procedure. De voorzieningenrechter volgt deze redenering en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening eveneens niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek verzoeker met onbekende bestemming.