Op 19 maart 2024 vond een ontploffing plaats in een portiek aan het 3e Eeldepad in Den Haag. Verdachte werd ervan beschuldigd medepleger of medeplichtige te zijn geweest door als illegale taxichauffeur twee personen rond te rijden die de aanslag pleegden. Tijdens de terechtzitting op 12 september 2024 werd vastgesteld dat verdachte geen bewuste nauwe samenwerking had met de daders en niet betrokken was bij de voorbereiding of uitvoering van de aanslag.
De officier van justitie vorderde vrijspraak van het primair tenlastegelegde en bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde met een gevangenisstraf en taakstraf. De verdediging pleitte integrale vrijspraak wegens gebrek aan overtuigend bewijs. De rechtbank oordeelde dat niet is komen vast te staan dat verdachte opzettelijk heeft meegewerkt aan de ontploffing of hiervan op de hoogte was.
Ook het subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid werd niet bewezen, aangezien het enkel ging om het verrichten van een taxirit zonder kennis van de plannen. Verdachte hoorde pas later van de aanslag. De rechtbank gelastte tevens de teruggave van een geldbedrag van €4.950 aan verdachte. De verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.