De rechtbank Den Haag behandelt een verzoek van de moeder om kinderalimentatie voor hun gezamenlijke minderjarige kind. De vader heeft naast deze onderhoudsverplichting ook verplichtingen ten aanzien van twee andere kinderen uit een samengesteld gezin. De rechtbank beoordeelt de behoefte van alle kinderen en de draagkracht van de vader en zijn partner.
Uit de berekeningen blijkt dat de vader onvoldoende draagkracht heeft om aan al zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen. Daarom wordt het beschikbare bedrag naar rato van de behoefte van de kinderen verdeeld. De vader moet vanaf 23 mei 2023 een bedrag van €316 per maand betalen voor het kind van de moeder, met een wettelijke indexering per 1 januari 2024.
De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat de vader de alimentatie vooruit moet betalen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.