ECLI:NL:RBDHA:2024:15230
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na gelijktijdige beslissing op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 april 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 17 juli 2024. Tijdens deze zitting was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien op dezelfde dag als deze uitspraak (29 juli 2024) in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, de voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, en mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier, en is uitgesproken in het openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist.