ECLI:NL:RBDHA:2024:15327

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
NL24.4078
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar mvv-aanvraag

Verzoekster heeft op 2 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid. Op 26 maart 2024 heeft de minister het bezwaar gegrond verklaard en daarmee het beroep geheel ingewilligd. Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat de minister geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen op het bezwaar. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten toewijzen aan verzoekster. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.

De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van deze proceskosten. Verzoekster kan het griffierecht rechtstreeks bij de minister claimen. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt op 24 september 2024.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar mvv-aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.4078

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[vezoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 2 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen de afwijzing van de namens haar ingediende aanvraag voor afgifte van een mvv voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] .
Bij besluit van 26 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [2] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op het bezwaar van verzoekster heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Voor de vergoeding van het griffierecht kan verzoekster zich wenden tot verweerder. [3]

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 24 september 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.
3.Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.