ECLI:NL:RBDHA:2024:15328

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
NL24.17468
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet-tijdig beslissen MVV-aanvraag nareis

Verzoekster heeft op 20 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag alsnog ingewilligd. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen. Nu de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en het bezwaar alsnog heeft ingewilligd, is aan het beroep voldaan.

De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. Deze vergoeding is gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 875 en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

De rechtbank wijst verzoekster erop dat voor het griffierecht zij zich tot de minister kan wenden. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 24 september 2024 zonder zitting.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de MVV-aanvraag nareis.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.17468

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer 1]
mede namens haar minderjarige kinderen
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5]
V-nummers: [V-nummer 2] , [V-nummer 3] , [V-nummer 4] en [V-nummer 5]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 20 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de namens haar ingediende aanvraag voor afgifte van een mvv in het kader van nareis.
Bij besluit van 9 juli 2024 heeft verweerder de aanvraag ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [2] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op het bezwaar van verzoekster heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Voor de vergoeding van het griffierecht kan verzoekster zich wenden tot verweerder. [3]

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 24 september 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.
3.Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.