Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft op 20 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag alsnog ingewilligd. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen. Nu de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en het bezwaar alsnog heeft ingewilligd, is aan het beroep voldaan.
De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. Deze vergoeding is gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 875 en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank wijst verzoekster erop dat voor het griffierecht zij zich tot de minister kan wenden. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 24 september 2024 zonder zitting.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de MVV-aanvraag nareis.