ECLI:NL:RBDHA:2024:15332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C.J. van Dooijweeert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van december 2022. Verweerder heeft de aanvraag in april 2024 ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling van verzoeker prematuur was, omdat de wettelijke beslistermijn van zes maanden door een verlenging van negen maanden was opgeschort tot maart 2024. Hierdoor was het beroep niet ontvankelijk.
Omdat er geen ontvankelijk beroep was en geen sprake van tegemoetkoming door verweerder, kon verzoeker geen aanspraak maken op proceskostenvergoeding. Het verzoek werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en niet-ontvankelijkheid van het beroep.