ECLI:NL:RBDHA:2024:15346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister in proceskosten wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker diende op 21 december 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 september 2022. Vervolgens heeft de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 10 januari 2024 de asielaanvraag ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank bij intrekking van het beroep, indien het bestuursorgaan aan het beroep tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten. Nu de minister niet tijdig heeft beslist en het beroep is ingewilligd, is aan het beroep tegemoetgekomen.
De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. Deze vergoeding is gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 875 en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep dat alleen ziet op het niet tijdig beslissen.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier Ż.A. Meinert op 25 september 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.