ECLI:NL:RBDHA:2024:15359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister in proceskosten wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 juli 2022. Nadat verweerder de aanvraag alsnog op 9 januari 2024 heeft ingewilligd, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat bij intrekking van het beroep vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de rechtbank op verzoek het bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten. Nu verweerder niet binnen de termijn heeft beslist en alsnog de aanvraag heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep tegemoetgekomen.
De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepskosten met een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier Ż.A. Meinert en is openbaar gemaakt op 25 september 2024. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.