ECLI:NL:RBDHA:2024:15375
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen Frankrijk
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker heeft daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag in een andere procedure uitspraak heeft gedaan over het beroep zelf, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier Ż.A. Meinert en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan over het beroep.